Poëtische Journalistiek bij de opening van de NTF in 1926

De NTF in Burgum was niet alleen maar een “stjonkfabriek”
Zij inspireerde ook tot  journalistieke poëzie
Getuige dit bericht in het Leeuwarder Nieuwsblad van vrijdag 18 juni 1926,
twee maanden na de opening van de NTF.

 

kop leeuwarder nieuwsblad 1000

Thermo-chemische Destructor

Indien gij belang stelt in afgekeurd!  vleesch,
(Ofschoon t voor consumptie niet goed is naar ‘k vrees
Dam kunt ge de wegen naar Bergum bewandelen.
En doelbewust zien hoe ze ’t daar wel behandelen:
Ik heb het gezien en ik weet er dus van
Weshalve ik uw weetlust bevredigen kan,

Cadavers — gij hebt het gezien in de krant
Worden niet meer begraven, nog minder  verbrand,
Zij allen gaan, als hun de huid is ontnomen.
Destructorwaarts, om er als meel uit te komen:
Wat of een destructor is. kunt gij ook aanschouwen.
Tenzij g’ afgekeurd zijt, want dan kon ’t u berouwen.

In de thermo-chemische , of vleeschmeelfabriek,
(Want dat is de term volgens d’ encyclopediek)
Bereidt men dus meel uit het vleesch! van cadavers
Van runderen, ezels en doode hard- dravers:
Wat voor het menschdom als biefstuk mislukt.
Wordt voor kippen en varkens een voedzaam product.

Dat uw hoen Indirect gouden eieren gaat leggen
Na ’t gebruik van zulk vleesch, hoef ik niet meer te zeggen.
Uw worsten en hammen worden extra fijn,
Indien gij dit meel voorzet aan uw zwijn;
’t Werkt dus zeer productief, wijl  voorheen  bij ’t begraven
Zich slechts wormen aan ’t waardevol vleesch mochten laven.

De reuzel en ’t smeer worden technische vetten;
’n Zeker kwantum er van zal zich om laten zetten
In producten om d’ assen van wagens te smeren
En andere vehikels; voorts gaat men proberen
Om oliën zoo smeuïg en zacht te bereiden
Dat zelfs Fordjes geruischloos de wegen langs glijden.

Word ik er chemicus (en daarvoor is kans).
Want ‘k solliciteer, onbekwamer,althans
Geschikter dan ik zal men langer moeten zoeken,
Omdat ik bewijs van talent weet te boeken)
Dan ‘twijfel ik niet, of veel meer fabricanten
Zuilen scheikundig zich klaar maken laten.

Want, geeft de Vennootschap m’ alsdan vrij  mandaat.
En beloont ze mij ruim na bereikt resultaat
Dan maak ik mij sterk, dat ik ’t klaar weet te spelen
Om boter te leveren van al die vetdeelen.
Die geuriger is en  margarine ten spijt —
Uitmunt door smaak en superioriteit.

Geen watergehalte, noch grasbotersmaak.
Geen plantenvetstoffen; ik stel mij tot taak:
Te veredelen alle cadaverrestanten.
Zoodanig, dat niet slechts mijn talrijke klanten,
Doch ook de vennootschap het diep zal betreuren
Dat artsen nog vee voor consumptie zal goedkeuren.

Zoo kan het gebeuren, dat wijlen herkauwers
’t Beleven, dat slagers en zelfs kneukelhouwers
In plaats van de rundjes aan boutjes te hakken.
Behaaglijk hun broodjes met boter beplakken
Geleverd door wat in zoocdierlijke staat
Als sappige biefstuk hun winkels verlaat.

„TóRKJET.”

         F.4-De-stjonkfabryk-N.T.F

Advertenties

Hoe in 1937 een aangespoelde potvis naar de destructor van de Gekro ging

Onderstaand bericht in het Algemeen Handelsblad van 2 maart 1937 beschrijft niet alleen het transport van een in Breskens aangespoelde dode walvis naar het destructiebedrijf van de Gekro in Overschie.
Het kadaver werd daarvoor in zijn geheel door sleepboten door de vaarwegen gesleept . Het werd toen nog niet – zoals nu – ter plaatse in stukken verdeeld en met ophaalwagens naar de destructor gebracht. 
Zowel het transport als de walvis zelf waren grote publiekstrekkers.

DE EERSTE POTVISCH TE  ROTTERDAM

Groote belangstelling. (Van onzen correspondent)

Een der reusachtige potvisschen,  die in den nacht van Dinsdag op Woensdag op een zandplaat ten westen van Terneuzen zijn aangespoeld is vanmorgen om half elf in de Parkhaven te Rotterdam aangekomen. Omstreeks half tien passerde de sleepboot Haringvliet van de stoomsleepdienst v.h. P. Smit Jr het Kralingscheveer, waar een motorbootje van de rivierpolitie gemeerd lag om de sleep tot de Parkhaven te begeleiden.

Aanvankelijk heeft het in de bedoeling gelegen om de potvisch naar de Maashaven te slepen tot bij den werf van Bon en Mees, waar een bok het gevaarte op een zolderschuit zou hijschen, die dan onmiddelijk naar de Coolhaven zou worden gesleept, waar het publiek in de gelegenheid zou worden gesteld tegen betaling van een kleine vergoeding. een kijkje te nemen. eeToen de sleepboot in de Maashaven aankwam bleek. dat de bok pas vanmiddag in werking  kon worden gesteld.

men is toen naar de aan de andere kant van de rivier gelegen Parkhaven gevaren, waar sleepboot en potvisch ligplaats hebben genomen tegenover de terreinen van de firma William H Muller en Co in den onmiddelijken nabijheid van de aanlegsteiger van het Wagenveer.

Toen de sleep hedenmiddag door het Kralingsche Veer voer, constateerden wij dat de visch nogal stank verspreidde, zoodat toen reeds twijfel begon te rijzen of den expositie in den Coolhaven  – men had daar reeds in verband met de belangstelling hekken getimmerd – wel  doorgang kon  vinden.

Bij aankomst van de sleepboot in den Parkhaven, hebben de heren M de Kroes van het destructiebedrijf en H. Cornet van het Leidsch Museum zich met enige autoriteiten in verbinding gesteld en men achtte het toen beter niet den visch in de Coolhaven, waarvan de omgeving nogal dicht is bebouwd,  te exposeren, doch in den Parkhaven.
Met behulp van een bok zou men heden het gevaarte op den kade zetten, die daar ter plaaste voor een groot gedeelte is open gebroken in verband met herstellingen aan het wegdek.

Het publiek kan den visch dus toch nog aanschouwen, zonder dat iemand hinder van de stank zal ondervinden.

Het transport naar Rotterdam is bijzonder vlot verlopen dankzij de zorgen van kapitein van den Heuvel, die goed bekend in op de Zeeuwsche binnenwateren. Men moest vooral rekening houden met de grote diepgang, die de potvisch heeft er er voor zorg dragen dat het dier niet aan den grond zou komen te zitten.
De vaarweg naar Oversehie is zelfs niet diep genoeg om het dier door het water naar het destructiebedrijf van de Gekro te slepen, vandaar ook dat – al was de tentoonstelling niet doorgegaan – men toch van een zolderschuit gebruik had moeten maken voor het laatste gedeelte van de reis.

De Heer van den Heuvel vertelde ons dat hij reeds gisteravond te Dordrecht was aangekomen omdat men liever bij dag in Rotterdam wilde arriveren. Hij heeft toen het laatste gedeelte van de sleepreis tot vanmorgen uitgesteld.

Het vlotslepen te Breskens  is, naar de kapitein zeide, vlot verloopen. Hoewel het weer nogal ruw was, is men reeds Zaterdag te Wemeldinge aangekomen, waar men tot Zondagmorgen is blijven liggen. Men had de sleeptros ongeveer een lengte gegeven van ongeveer 6 tot 7 meter.  Tijdens de tocht is de visch niet beschadigd.

Bij aankomst te Rotterdam, stak de potvisch slechts voor een klein gedeelte boven water uit. Alleen de borstvin en een gedeelte van de romp waren te zien.

Bij aankomst in de Rotterdamsche haven heeft het  merkwaardige transport veel belangstelling getrokken. Overal langs de wal stonden kijkers rijen dik.  Vooral op de Maasbrug, die omstreeks 10 uur werd gepasseerd, stonden de menschen in dikke rijen. Een groot aantal schippers hebben zich in roeibooten begeven om de potvisch meer van nabij te kunnen beschouwen.

Hoe lang het dier in den Parkhaven zal worden tentoongesteld staat nog niet vast. Dit hangt af van het feit, of den stank zal verergeren. Dat de expositie lang zal duren valt sterk te betwijfelen.

   Bron: Limburger Courier 3 mrt 1937                      Bron: Nieuwe Tilburgse Courant 2 mrt 1937