Klein leed bij de Destructor “Zeeland” in Hansweert

In het Zeeuwse Hansweert heeft de Gekro een aantal jaren ook een destructie-installatie gehad. Dit hadden zij, omdat het vervoer vanaf de Zeeuwse eilanden naar de hoofdvestiging in Overschie uiterst moeizaam was.

Dat er met bij ophalen van kadavers ook wel eens wat anders mis ging, bewijst onderstaande advertentie in de Provinciale Zeeuwsche Courant van 2 maart 1953.

 

1953 03 02 pzc krant

Advies Raadscommissie van Keulen uit 1929: Neem NTF als voorbeeld voor de te bouwen destructor in Keulen

 

BUITENLANDS BEZOEK AAN DEN DESTRUCTOR TE BERGUM

Dezer dagen heeft een commissie, bestaande uit 11 leden, waaronder 9 Raadsleden van de stad Keulen, vertegenwoordigende de verschillende fracties uit den Raad, onder leiding van den Wethouder van Publieke Werken en de directie van dezen gemeentedienst, een bezoek gebracht aan den destructor der N. V. Nederlandsche Thermo-Chemische Fabrieken te Bergum (Friesland).

De geheele commissie, die reeds verschillende andere destructoren in Duitschland bezocht had, heeft eenstemmig haar bewondering uitgesproken over de inrichting en organisatie der N.V. Nederlandsche Thermo-Chemische Fabrieken.

In een verslag, opgemaakt door den gedelegeerde van de financieele commissie van de stad Keulen, wordt de destructor te Bergum als „ein Musterbetrieb allerersten Ranges” genoemd.

Na afloop van het bezoek heeft de daartoe benoemde commissie besloten den Raad te adviseeren don destructor te Bergum als voorbeeld te nemen voor dc thans te Keulen te bouwen soortgelijke inrichting

 

Blog 2016 01 25 keulen en NTF vaderl. 20 jul. 1929
Het oorspronkelijke bericht

 

 

 

Poëtische Journalistiek bij de opening van de NTF in 1926

De NTF in Burgum was niet alleen maar een “stjonkfabriek”
Zij inspireerde ook tot  journalistieke poëzie
Getuige dit bericht in het Leeuwarder Nieuwsblad van vrijdag 18 juni 1926,
twee maanden na de opening van de NTF.

 

kop leeuwarder nieuwsblad 1000

Thermo-chemische Destructor

Indien gij belang stelt in afgekeurd!  vleesch,
(Ofschoon t voor consumptie niet goed is naar ‘k vrees
Dam kunt ge de wegen naar Bergum bewandelen.
En doelbewust zien hoe ze ’t daar wel behandelen:
Ik heb het gezien en ik weet er dus van
Weshalve ik uw weetlust bevredigen kan,

Cadavers — gij hebt het gezien in de krant
Worden niet meer begraven, nog minder  verbrand,
Zij allen gaan, als hun de huid is ontnomen.
Destructorwaarts, om er als meel uit te komen:
Wat of een destructor is. kunt gij ook aanschouwen.
Tenzij g’ afgekeurd zijt, want dan kon ’t u berouwen.

In de thermo-chemische , of vleeschmeelfabriek,
(Want dat is de term volgens d’ encyclopediek)
Bereidt men dus meel uit het vleesch! van cadavers
Van runderen, ezels en doode hard- dravers:
Wat voor het menschdom als biefstuk mislukt.
Wordt voor kippen en varkens een voedzaam product.

Dat uw hoen Indirect gouden eieren gaat leggen
Na ’t gebruik van zulk vleesch, hoef ik niet meer te zeggen.
Uw worsten en hammen worden extra fijn,
Indien gij dit meel voorzet aan uw zwijn;
’t Werkt dus zeer productief, wijl  voorheen  bij ’t begraven
Zich slechts wormen aan ’t waardevol vleesch mochten laven.

De reuzel en ’t smeer worden technische vetten;
’n Zeker kwantum er van zal zich om laten zetten
In producten om d’ assen van wagens te smeren
En andere vehikels; voorts gaat men proberen
Om oliën zoo smeuïg en zacht te bereiden
Dat zelfs Fordjes geruischloos de wegen langs glijden.

Word ik er chemicus (en daarvoor is kans).
Want ‘k solliciteer, onbekwamer,althans
Geschikter dan ik zal men langer moeten zoeken,
Omdat ik bewijs van talent weet te boeken)
Dan ‘twijfel ik niet, of veel meer fabricanten
Zuilen scheikundig zich klaar maken laten.

Want, geeft de Vennootschap m’ alsdan vrij  mandaat.
En beloont ze mij ruim na bereikt resultaat
Dan maak ik mij sterk, dat ik ’t klaar weet te spelen
Om boter te leveren van al die vetdeelen.
Die geuriger is en  margarine ten spijt —
Uitmunt door smaak en superioriteit.

Geen watergehalte, noch grasbotersmaak.
Geen plantenvetstoffen; ik stel mij tot taak:
Te veredelen alle cadaverrestanten.
Zoodanig, dat niet slechts mijn talrijke klanten,
Doch ook de vennootschap het diep zal betreuren
Dat artsen nog vee voor consumptie zal goedkeuren.

Zoo kan het gebeuren, dat wijlen herkauwers
’t Beleven, dat slagers en zelfs kneukelhouwers
In plaats van de rundjes aan boutjes te hakken.
Behaaglijk hun broodjes met boter beplakken
Geleverd door wat in zoocdierlijke staat
Als sappige biefstuk hun winkels verlaat.

„TóRKJET.”

         F.4-De-stjonkfabryk-N.T.F

Kadavers, arme boeren, een pater en de vuurvogel Phoenix.

 

Aan het einde van de negentiende eeuw was Noord Brabant een arme provincie met veel kleine keuterboertjes. Het was Pater Gerlacus van den Elsen uit de Abdij van Berne in Heeswijk, die de boeren wist te verenigen. Hij maakte ze duidelijk dat het voor hen het beste was om de handen in een te slaan. Op 17 augustus 1896 werd toen de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB) opgericht. Deze Bond heeft aan de wieg gestaan van verschillende nu nog bestaande bedrijven. Voorbeelden hiervan zijn de huidige Rabobank, Interpolis en de zuivelfabriek Campina. Hun toenmalige  vee- en vleescentrale en slachterij Dumeco is nu het huidige Vion.
In 1933 richtte de NCB in Son de “NV Destructor NCB” op, een naam, die het bedrijf tot halverwege de jaren ’50 van de vorige eeuw zou houden. In 1934 werd de fabriek gebouwd en in bedrijf genomen. Het verwerken van de kadavers en het slachtafval verliep analoog aan de processen bij andere destructiebedrijven.

De NV Destructor NCB had als eerste logo de Vuurvogel Phoenix.
De vuurvogel Phoenix komt uit de Griekse mythologie. Het was zo’n mooie vogel, dat de Zon hem het eeuwige leven schonk. Hij bleef dan wel eeuwig leven maar hij werd wel ouder en verloor daarbij zijn jeugd en schoonheid.

Op een gegeven moment zat hij oud en zwak in een nest in een hoge palmboom. Hij smeekte toen de Zon om hem zijn jeugd en kracht terug te geven. De Zon beantwoordde dit door Phoenix te verbranden. Toen het vuur uitging waren de boom en het nest nog helemaal intakt maar Phoenix was weg. Van hem was er alleen nog maar een hoopje zilvergrijze as over. De as begon vervolgens te beven en kwam langzaam omhoog. Van onder uit de as rees toen weer een jonge Phoenix op. Deze gebeurtenissen herhaalden zich elke vijfhonderd jaar. Telkens als Phoenix zich dan weer oud en zwak begon te voelen, ging hij weer naar het nest in de palmboom en werd hij weer verbrand. Maar telkens weer herrees Phoenix versterkt, vernieuwd en verjongd uit de as.
Daarin zag men bij de Destructor NCB de overeenkomst van hun werk met Phoenix.
Welliswaar niet door verbranding maar wel door verhitting zetten zij de waardeloze en vieze kadavers weer om in waardevolle producten.

2015 12 01 Oprichting NCB Boerenbondmuseum Gemert

Herdenkingsbord van Pater Van den Elzen, dat in het Boerenbondmuseum in Gemert hangt.
Bron: eigen foto A.M.T.M. Oudejans

 

Oorspronkelijke plannen van de NTF voor de destructie in heel Nederland

Al bij de oprichting had de NTF al het plan om de destructie van kadavers en afgekeurd vlees voor geheel Nederland te gaan verzorgen. Zij had daarvoor Nederland in 5 districten verdeeld, met op termijn in elk district een destructor. Aanvankelijk zou – na “Burgum” er eerst een destructor in Overijssel komen, maar dit plan werd al gauw vervangen door de vestiging van het overslagstation in Haarle bij Nijverdal.
De tweede destructor zou hierbij in Woerden terecht moeten komen. In eerste instantie zou deze destructor de provincies Noord- en Zuid Holland, Utrecht Brabant en Limburg bedienen. Hiervoor zouden – net als in Haarle bij Nijverdal – ook in deze provincies overslagstations komen.
In een later stadium was het dus de bedoeling om elk district van zijn eigen destructor te voorzien.

Echter mede door de crisis van de jaren dertig en de tegenvallende resultaten van de eerste jaren van “Burgum” is daar niets van gekomen en werd de destructie door verschillende (gezamelijke) gemeenten , Vleeskeuringskringen en particulieren ter hand genomen.

2015 10 01 Plannen NTF voor heel Nederland

Bron: NTF: Destructie van afgekeurd vee en vleesch (1929)

De “Eigendomskwestie” van een ……… kadaver

Nog voor de oprichting van de NTF kwamen de eerste juridische vraagstukken al boven water: namelijk het probleem van de eigendomskwestie:

Dit probleem werd meteen al in 1922 door de Keuringsveearts aangestipt. Hij schrijft namelijk

Zooals het nu gaat, kost het de gemeente zoo goed als niets. De cadavers worden ter plaatse begraven, onbruibaar gemaakt voor menschelijk of dierlijk voedsel met creolin en de zaak is daarmee afgeloopen. De eigenaar van het cadaver verzet zich daartegen niet, omdat het corpus delicti voor hem absoluut van geen waarde is. Iets anders wordt het, wanneer het verwerkt zal worden tot vleeschmeel, Daardoor krijgt het cadaver eenige waarde en de mogelijkheid bestaat nu mijns insziens, dat de eigenaar zich tegen een verwerking   van mening, dat u deze werkwijze verreweg de goedkoopste zijn.enr en Bergum vallen, lees ter hand te gaan nemen.  tot vleeschmeel en dergelijke zal verzetten. Hier is naar mijn oordeel een rechtskundige kwestie op te lossen, of de gemeente zich die cadavers mag toeeigenen om ze daarna af te staan aan de heer Nijveen, of dat ze verplicht zal zijn de eigenaars schadeloos te stellen….

Er zou een hele juridische discussie volgen:

Zo eisten de Vleeswet en de Veewet immers niet meer dan een ONBRUIKBAARMAKING voor voedsel voor mens en dier van dood vee (en van afgekeurd vlees). De wet vroeg slechts een BEWERKING en NIET de ALGEHELE VERNIETIGING  met daarbij – logischerwijs – het verlies van  eigendomsrecht.

Er kon beweerd worden dat, na de bewerking in de fabriek, de onbruikbaarmaking is afgelopen. Dit zou kunnen betekenen dat volgens de Grondwet de oorspronkelijke eigenaar van een kadaver, ook de eigenaar van het resterend product blijft.

Met behulp van het Burgerlijk Wetboek kon men daartegenover  echter stellen dat door de bewerking een nieuwe stof is ontstaan (namelijk vet en diermeel). Die nieuwe stof blijft dan, volgens het Burgerlijk Wetboek, het eigendom van de fabrikant, in wiens fabriek die bewerking is gedaan. In dat geval is deze nieuwe eigenaar wel verplicht om de oude eigenaar een vergoeding te geven van de grondstof. En die grondstof was …..  een waardeloos  kadaver.

Uiteindelijk wordt geconstateerd dat “ Meerdere rechtsgeleerden zijn, zooals uit hunne adviezen is gebleken, van oordeel,  dat deze eigendomskwestie niet bestaat”, terwijl het ook bekend is dat men aan het Ministerie overweegt eene regeling te maken die de bezwaren,  voorzoover ze  bestaan, uit den weg zal ruimen. In elk geval behoeft dus dit punt niet in den weg te staan aan voorloopige verdere ontwikkeling van de plannen”

568px-Iustitia.svg in jpeg

Bron: Wikimedia Commons/File:Iustitia.svg

Verkoopadvertentie van de NTF uit 1928 (Nieuwsblad van Friesland)

Behalve het onschadelijk maken van kadavers moest er natuurlijk ook verdiend worden.Ze werden omgezet in onschadelijke producten voor bijvoorbeeld diervoeders. Dat kon toen nog prima, omdat er nog geen BSE beter bekend als de gekke-koeien-ziekte was en alle ziektekiemen in het destructieproces geheel werden vernietigd.

1928 11 16 Nieuwsbl. v. Friesland adv. NTF

Amor en kadaverbakken

Het leeg halen van de bekende betonnen kadaverbakken was niet altijd zonder gevaar. Toen er een kalf uit de bak gehaald moest worden, ging de betrokken chauffeur van de NTF “even”in de bak staan. Hoewel hij het deksel ervan wel had vast gezet, stond er een zo’n harde wind, dat het deksel toch dicht woei en de in de bak opgesloten chauffeur met geen mogelijkheid het deksel weer open kon krijgen. De arme kerel heeft dik een half uur bij het kalf in de bak gelegen totdat zijn hulpgeroep werd gehoord hij werd bevrijd.

En Amor dan?? Wat heeft die nou met die bakken van doen??

Op mijn lezingen hoor ik nog al eens, dat in de nodige dorpen de dorpsjeugd vroeger de kadaverbak als ontmoetingsplek gebruikte. Je kon daar namelijk zo mooi bovenop zitten. Voor Amor een heel geschikte plaats om met zijn pijlen menige romance te laten beginnen………………

Posting 7 Destr. in Ned NTF 1993 brochure NTF DSCF6058

Bron: NTF-brochure 1993

Toespraak van Dr. Te Hennepe uit 1942 over de destructie

Nuttige stoffen uit afgekeurd vleesch

‘s-GRAVENHAGE — Namens den Secretaris-Generaal van het departement van sociale zaken heeft de hoofdinspecteur van de volksgezondheid, dr. B. J. C. te Hennepe, de commissie van advies geïnstalleerd, aan welke is opgedragen te bevorderen dat de destructie van vee en vleesch in het geheele land op economische en organisatorisch juiste wyze wordt uitgevoerd

Dr. Te Hennepe, aan wien het voorzitterschap deze commissie is opgedragen, omschreef de beteekenis der destructie als volgt:

  1. De destructie is een uitvloeisel der hygiëne voor mensch en dier.
  2. Door de destructie moeten zoo mogelyk waardevolle producten worden geproduceerd.
  3. De destructie moet zoo economisch mogelyk geschieden.

De hygiënische zyde van de kwestie eischt de beantwoording van de vraag, hoe gedestrueerd zal worden, maar ook de economische inslag van het probleem stelt deze vraag, want met het systeem van destrueeren, de gebruikte temperaturen, hangt direct samen het verbruik van energie en de waarde der eindproducten.
Deze waarde is belangrijk als men weet, dat in 1941 geproduceerd werden 1.200.000 kg vet en 5.500.000 kg diermeel, naast andere waardevolle producten (huiden, haren enz.).

By dit alles mag vooral ook de sociale factor niet worden vergeten.Voor de arbeiders moet in alle opzichten uitstekend worden gezorgd.

Spr. zag voor het oogenblik de taak der commissie primair als een om de destructie in ons land zoo goed mogelijk aan den gang te houden, en daarnaast om de richtlynen voor de toekomst te ontwerpen.

Spr. achtte overigens het woord „destructie” totaal onjuist, want het proces, dat bedoeld wordt, schept uit afkeerwekkende, onbruikbare en schadelijke materialen hoogst nuttigestoffen voor de gemeenschap. Het is geen vernietigingsprocs, maar een omzettingsproces, een scheppingsproces.

Dagblad van het Oosten van 23 dec. 1942

Dagblad van het Oosten 23 dec

Destructie toen en nu…..

Wat en verschil…

Rond 1895 kon de grootste destructie installatie van Podewils 3500 kilo slachtafval en afgekeurd vlees per etmaal verwerken. De autoclaaf was 3,5 m. lang en had een diameter van 1,5 m  Dat was toen al heel wat. Kadavers moesten van te voren eerst worden verkleind, wat toen nog helemaal handmatig gebeurde.

Rond 1903 kreeg het slachthuis van Utrecht een “Podewils”  van 1,5 m lang en 1 m diameter. Hierin paste 600 kilo slachtafval en afgekeurd vlees. Per week verwerkten zij hiervan in twee dagen (van 12 uur) in het totaal 1200 kg..

Posting 5 van 27 mei 2015 Wat en verschil  App. Podewils

Destructieinstallatie van Podewils uit 1895
Bron: 1908 Heft 139 App. und Transportwagen zur Verwertung von Tierkadavern  p. 11

Nu zijn  er verschillende leveranciers met installaties van 10-15 ton per uur (en wellicht nog meer) De lengte van zo’n hedendaagse destructieautoclaaf of “cooker” varieert ongeveer van 13 tot ruim 15 meter en de diameter kan oplopen tot een dikke 4 meter!
Deze “doet” die 60 ton, waar “Utrecht” een jaar over deed in ca 6 uur………

Posting 5 van 27 mei 2015 Wat en verschil cooker bergamomia_it%2000

Bron: bergamomia_it%2000